maandag 28 februari 2011

20, Schoten, Looks Like I'm Up Shit Creek Again (1971)

Ofwel herkent half België zich in de volgende biecht, ofwel maak ik mij hiermee serieus belachelijk.

Hebt u dat ook dat, als u aan het fantaseren bent over de toekomst, of als u leuke plannen aan het maken bent, of als de puzzelstukjes plots in mekaar vallen, dat u dan vanuit het niets de behoefte krijgt om uw behoefte te doen? En dan heb ik het over number one, de grote boodschap. Of is dat iets typisch van de familie Daems? Mijn zus had het vroeger als ze met de lego speelde en ze haar huis indeelde: daar de badkamer, daar de keuken, daar de slaapkamer ... ze was er nog niet uit waar ze de wc zou bouwen of ze zat er al op! Ik had het als ik met mijn rennerkes bezig was en er een Belg aan het winnen was. Mijn broer speelde vaak met de soldaatjes en nam ook regelmatige pauzes om zich even terug te trekken voor het droppen van een plonsje in het wc-water.

Ik heb het één keer gehad tijdens het lopen. Soms begin ik tijdens een lange training te fantaseren, vooral als het wat minder vlot, om de gedachten te verzetten en één keer uitte zich dat in een geweldig félle behoefte. Te ver van huis of van een wc natuurlijk. Ergens in een Wilrijks bos kon ik niet anders dan in het struikgewas te gaan zitten en ... ja, de rest laat zich raden. Ik hoop dat de eerstvolgende hond die dat plekje ontdekte, op zoek naar de geur van zijn geliefde hondin, niet al te gedegouteerd was. Bij deze mijn excuses, Blackie.

Ook mijn excuses aan u, beste lezer, voor het plastische gehalte van deze blog. Maar ja, iedereen gaat naar de wc dus is het eigenlijk toch raar dat er zo weinig over wordt gepraat. Het is moeilijk voor te stellen maar ook Prince, de Paus en Pieter Decrem doen het. Al ben ik eigenlijk niet zeker van die laatste want er komt zoveel shit uit zijn mond dat ik niet weet of er nog iets overschiet voor zijn achterkant ...

Herkenbaarheid tonen is toegestaan. En anders negeert u dit geschrijf maar en concentreren we ons op de volgende. De keuze is aan u. Als u mij nu wil excuseren, ik moet even naar het toilet.

zaterdag 26 februari 2011

19, In Verhalenland, Honey White (1995)



De tweede opdracht van de schrijfles. Verzin een verhaal bij de foto. Met dank aan K.F. (tja, Koen F. heeft liever dat ik hem anoniemer benoem, vandaar) voor de participatie aan de breinstorm die leidde tot het verhaal.


WITWASSEN

‘Orde! Orde in de zaal!’ Joeri heeft alle moeite van de wereld om zijn dorpsgenoten tot kalmte te bewaren. Hij heeft er al spijt van dat hij deze vergadering heeft bijeengeroepen. Als hij een top vijf moest maken van zijn favoriete taken als burgemeester dan stond dit op nummer 213 ongeveer, ver na het nakijken van de boekhouding, het overleg met de collega-burgemeesters van naburige dorpen, het aansturen van de politie en het aanwezig zijn op de weinige plechtigheden die in dit dorp gehouden worden. Dát burgemeesterspak zat hem als gegoten. Maar het in toom houden van een bende uitgelaten en verhitte dorpelingen, dat was voor hem zeven bruggen over de Jenisej te ver. Hij kijkt naar de klok die hoog in de zaal van het café hangt en moedigt in gedachten de wijzers aan. Komaan, jullie kunnen het. Ga toch sneller vooruit. Dat het hier snel gedaan is.
De eerste schepen neemt de hamer die hij voor de gelegenheid van thuis heeft meegebracht en klopt driemaal hard op de massieven tafel. Het gejoel in de zaal verflauwt tot een zacht geroezemoes. Joeri bekijkt zijn eerste schepen en stelt vast dat het hoofd van zijn jongere collega tomatenrood aanloopt. Hij telt de zweetdruppels die langzaam parelen op haar rechterslaap. Zo nerveus heeft hij zijn eerste schepen nog nooit gezien.
‘Dit kan niet blijven duren. We moeten actie ondernemen!’ spreekt de eerste schepen baldadig. Haar handen beven erop los. Van het drinken zal het niet zijn, dacht Joeri, want zij staat zo droog als de wat verderop gelegen steppe van Gydan. ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat onze burgemeester raad weet voor al het onheil dat er de laatste weken over ons dorp is neergedaald. Dames en heren, het woord is aan … onze burgemeester!’
‘Nu is het aan u, Joeri.’ De knipoog die haar gefluister vergezelt spreekt boekdelen. Verkiezingen over een maand en het ganse dorp dat moppert, zij ruikt haar kans natuurlijk, denkt Joeri.
‘Beste mensen!’ Joeri moet luider spreken dan hij gewend is en kan het niet laten vast te stellen hoe belachelijk zijn stem klinkt op dit volume. Snel verder praten.
‘Beste mensen, er is maar één agendapunt op deze buitengewone vergadering: de recente negatieve gebeurtenissen die ons dorp getroffen hebben. Ik heb een onderzoek laten instellen door de politie en geef nu het woord aan de commissaris die zijn conclusies zal toelichten.’
De politiecommissaris staat op en begint aan zijn van buiten geleerd betoog. ‘Wees kort en bondig en objectief’ had Joeri hem vlak voor de vergadering nog eens grondig op het hart gedrukt. ‘We moeten te allen tijde paniek vermijden.‘
Tijdens de uitleg van de commissaris kijkt Joeri de zaal in. Hij ziet de kruidenier op de eerste rij zitten. Die zat achter Joeri in de kerk vorige zondag. Tijdens de preek van de pastoor vond de kruidenier het nodig om Joeri op de schouder te tikken en in zijn oor te fluisteren. ‘Meneer de burgemeester, wat moet er eigenlijk nog gebeuren voor het dorpsbestuur reageert? Vanmorgen lag er weer een kip zonder hoofd in mijn hof. En dit keer was het de troetelkip van mijn vrouw. Die is nu slechtgezind natuurlijk. U weet toch wat dat is, meneer de burgemeester, een slechtgezinde vrouw in huis? Probeer dan maar eens met gerust gemoed te gaan biljarten. Dat gaat dus niet meer, he.’ Lap, dacht Joeri, de kruidenier preekt in mijn linkeroor terwijl mijn rechteroor de preek van meneer pastoor probeert te registeren. Gezaag in stereo.
Joeri kijkt naar het schoolbord waar de politiecommissaris een chronologisch overzicht heeft genoteerd van alle ontvankelijk verklaarde klachten. Hij kent ze vanbuiten maar leest ze nog eens één voor één, erop hopend dat hij alsnog een patroon zou herkennen.
Tijdens het lezen voelt hij een stekende hoofdpijn opkomen en krijgt het daarbij warm en koud tegelijk. Ik moet hier weg, denkt hij.
‘Dank u commissaris voor uw deskundige uitleg. Beste mensen, we nemen tien minuten pauze. Barman, doe ze nog eens vol.’ Joeri staat op en loopt langs de achteruitgang de zaal uit zodat geen enkele dorpsbewoner de kans heeft hem aan te spreken. Hij stapt met grote passen naar de brug over de Jenisej. Hij leunt over de balustrade en kijkt naar het water. De traagste rivier ter wereld stroomt door mijn dorp, zegt hij in zichzelf. Kom Jenisej, doe eens iets goeds voor dit dorp en geef mij de oplossing. Plots voelt Joeri iets tegen zijn been aanschurken. Hij kijkt naar beneden en ziet een zwarte kat. Eureka, dit is het, denkt hij. Zijn hoofdpijn verdwijnt als sneeuw voor de zon. Hij hurkt, bekijkt de kat van kop tot staart en aait haar achter de oren. De kat reageert door de ogen half te sluiten en zachtjes te spinnen. Het is liefde op het eerste gezicht. ‘Dank u Jenisej’ zegt hij luidop tegen het water. Hij neemt de kat in zijn armen en loopt terug naar het café.
‘Geachte dorpsgenoten, bedankt voor uw geduld.’ zegt hij terwijl hij binnenkomt met de kat verstopt achter zijn rug. ‘Na uitgebreid onderzoek heb ik de schuldige gevonden.’ Alle aanwezigen hangen nu aan de lippen van de burgemeester. ‘Voilà, hier is de oorzaak van al onze problemen.’ Hij zet de kat op de tafel. Een echo van verbazing gonst door de zaal. ‘Een zwarte kat?’ zegt de eerste schepen nu helemaal wit uitgeslagen. ‘Na al die jaren opnieuw een zwarte kat in ons dorp?’
‘Ja, jullie zien het goed. Het is een kat die zwart ziet dus een zwarte kat. Waarschijnlijk naar hier gezworven door de bossen van Turuchan. Het is deze kat die ons dorp al dat ongeluk heeft gebracht.’
‘Weg met de zwarte kat! Weg met de zwarte kat!’ scanderen de dorpelingen nu.
‘Stilte. Stilte, beste mensen! We kunnen niet riskeren dat we nog meer onheil afroepen over ons dorp door de kat te doden. Neen, beste mensen, dat is uit den boze.’ Hij aait de kat terwijl die de papieren van de burgemeester nat kauwt. ‘Er is maar één mogelijke oplossing: we zullen de kat witwassen! Dames van de wasserij, doen jullie dit vanavond nog? Dan kunnen we allemaal verder met ons leven!’ Een oorverdovend gejuich barst los. ‘Leve de burgemeester! Leve de burgemeester!’ Joeri aanhoort het met een gelukzalige blik en twijfelt of hij de kat wel of niet bij hem in bed zal laten slapen.

donderdag 24 februari 2011

17, Schoten, Walking In My Shoes (1993)

Goede ideeën hebben tijd nodig. Ongeveer een jaar geleden, net op de dag dat het Antwerps kampioenschap "om ter hardst uit de grond vriezen voor stenen" werd georganiseerd, liepen Stefan en ik over de markt. En we hadden, ondanks ons aangepast kousenwerk en schoeisel, koude voeten. We begonnen te brainstormen over een oplossing, want dat doen wij nu eenmaal als we samen zijn, Stefan en ik. We kwamen op een soort extra schoen die je kan aandoen over je gewone schoen.

Gisterenavond kwam Jan-Otto mij hier oppikken in mijn hotel in Oslo (we hebben samen een event georganiseerd voor de Noorse reisindustrie naar aanleiding van de tentoonstelling Baroque Paintings from Antwerp in het National Museum of Art) en wat zag ik toen we samen aankwamen in het museum. Jan-Otto deed zijn schoenen uit! Rare jongens, die Noren, dacht ik. Even dacht ik nog dat we door een metaaldetector moesten ofzo. Maar toen zag ik dat hij schoenen aanhad onder zijn schoenen! Hij hing zijn overschoenen samen met zijn jas en muts aan de kapstok (had ik al gezegd dat het hier -14 graden is?) en liep met kraaknette schoenen het museum in. Mijn schoenen daarentegen hingen vol gesmolten sneeuw gemixt met modder, u kent dat wel, zo'n vies bruin papje.

Maar belangrijker: mijn voeten hebben er een halve presentatie over gedaan om terug op te warmen (toen ik het over Antwerp as a cruise destination had, kreeg ik opnieuw gevoel in mijn tenen). Terwijl Jan-Otto's voeten het nooit koud hebben gehad. Dat denk ik toch, ik heb ze het niet persoonlijk kunnen vragen, mijn Noors is niet je dat.

Wie voelt er hier nog een businessplan geboren worden? De introductie op de Belgische markt van de schoenen die je kan aandoen over je gewone schoenen. In alle kleuren, in alle maten. Je voeten blijven lekker warm en je schoenen blijven lekker proper. Een antislipzool is optioneel.

De naam voor het nieuwe product die hadden we een jaar geleden al bedacht. Wat doen we over onze handen als ze het koud hebben: handschoenen. Du-uus: wat denkt u van:

VOETSCHOENEN

Stefan, we moeten dringend nog eens op café gaan.

dinsdag 22 februari 2011

26, Antwerpen, Everybody's Friend (2002)

Ohja, om het af te leren: een voorlopig laatste droomvrouw op backing vocal: Carol van Dyck van Bettie Serveert zingt mee met Mauro op Everybody's Friend. En ze doet dat goed.

Voor de rest is het hier drukdrukdruk. Stel een zin samen met de volgende woorden en u weet wat ik bedoel: presentatie, deadline, Oslo, stress, slaaptekort, kostuum, vriestemperaturen, studentes, interview, powerpoint, visitekaartjes en netwerken. De leestekens en lid-, voeg-, bij- en werkwoorden denkt u er maar bij.

Maar ik recht mijn rug, ik hef mijn hoofd en ik glimlach. Want een lief klein vogeltje is me komen vertellen dat de lente eraan komt. En de lente gaat sinterklaasgewijs vanalles brengen voor mij en voor jullie, nog even geduld!

donderdag 17 februari 2011

27, Wilrijk, Ever Present (2003)

Ohja, van droomvrouwen gesproken: ik heb er nog wel ééntje: Nathalie Delcroix. Ja, ik weet het, die zingt bij Laïs en dat vinden we maar platte k*k. Maar hoe dat die meezingt op Ever Present van Admiral Freebee ... Wat een wijf! Die zou het dus geen twee keer moeten vragen, tenzij ik haar de eerste keer echt niet verstaan heb, natuurlijk.

Zoals het mopje (hahaha) wanneer je aan iemand in een druk café vraagt (hahaha) 'm*sturbeerde gij?' (hahaha) en dat die persoon dan verbouwereerd vraagt 'wablief ???' (hahaha) en dan zeg je: 'ik vroeg: wat studeerde gij?' (hahaha) en dat die persoon dan iets anders dacht en rood wordt enzo ... (hahaha): láchen jong, elke keer opnieuw :-)))))

Met welgemeende excuses voor het taalgebruik vandaag.

woensdag 16 februari 2011

21, Schoten, Poets (1998)

Die dag was er post van de schrijflesjuffrouw:

"breng een gedicht mee, zoek naar poëzie die je aanspreekt. Neem mee de volgende les, plus schrijf even op wat je aan dit stuk boeit. Of schrijf poëzie, de vorm is vrij."

Ik ben geen gedichtenman dus zelf schrijven ... I don't think so. Ik denk dat ik Herman De Coninck ga meenemen:

Ik doe 't wel eens met Bic. Kater van.
Mij concentreren zoals alleen een pater kan,
lukt mij slechts met mijn Waterman.
O, inspiratie, klater dan!

Mocht de muze mij alsnog goed gezind zijn en ik krijg een van de komende dagen een gedicht uit mezelf gesleurd, dan leest u het hier, beloofd.

vrijdag 11 februari 2011

19, Schoten, San Diego Serenade (1976)

Het is pas maandag Valentijnsdag maar omdat ik dan een hele dag en avond in Brussel zit te workshoppen, zet ik de poort naar mijn hart vandaag al wagenwijd open.

De vrouw die dit nummer voor mij zingt, daarbij haarzelf begeleidt op piano, schaarsgekleed, terwijl ik, in een hangmat, nog nageniet van een door haar bereide gastronomische uitspatting, in een suite met ocean view, op Bora Bora, terwijl het binnenwaaiende zeebriesje de caipirinha fris houdt, die vrouw, wel, die zal ik niet kunnen weerstaan.

Wat? Kieskeurig? Moi ???

I never saw the morning 'til I stayed up all night
I never saw the sunshine 'til you turned out the light
I never saw my hometown until I stayed away too long
I never heard the melody, until I needed a song.

I never saw the white line, 'til I was leaving you behind
I never knew I needed you 'til I was caught up in a bind
I never spoke 'I love you' 'til I cursed you in vain,
I never felt my heartstrings until I nearly went insane.

I never saw the east coast 'til I move to the west
I never saw the moonlight until it shone off your breast
I never saw your heart 'til someone tried to steal,
Tried to steal it away
I never saw your tears until they rolled down your face.

dinsdag 8 februari 2011

34, In Verhalenland, Gente Di Mare (1987)

Een opdracht van de schrijfles. Met muziek die om de een of andere reden past bij de tijd van toen ik nog met rennerkes speelde.
Een rennerke. Als ik niet vol in de remmen had gemoeten voor een slippende voorganger, ik was er pardoes voorbij gefietst. Eén seconde heb ik nodig om te weten welk klein dingetje daar van op de grond een straal zonlicht in mijn ogen flitst. Een mini-fietser, een wielrenner van plastic, drie op drie centimeter klein. Mijn hart klopt in mijn keel zoals de fiets van Tom Boonen over de kasseien van Parijs-Roubaix dendert. Een rennerke!
Ik ontwijk de fietsers die achter mij komen en zet mijn mountainbike tegen een boom. Ik doe mijn handschoenen uit en pak het rennerke vast. Hij zit onder de modder. Ik geef hem een verkwikkende douche met mijn speeksel en droog hem af met de mouw van mijn jasje. Hij ziet er prachtig uit. Hij draagt een witte koerstrui met korte mouwen en een zwarte koersbroek. Zijn sokken hebben dezelfde kleur als zijn gladde benen en zijn schoenen hebben dezelfde metaalkleur als zijn fiets. De witte pet op zijn hoofd verraadt dat het een rennerke uit mijn jeugd moet zijn toen er van verplichte valhelmen nog geen sprake was.
Het is zondagochtend, nog geen negen uur en het vriest boomwortels uit de grond. Maar ik spring niet terug op de fiets om mijn tocht door de Herentalse bossen verder te zetten. Ik zet mij op de dichtstbijzijnde boomstronk terwijl de andere deelnemers van de toertocht mij passeren. Ik vang af en toe een “ça va?” en een “pech?” op maar echt registreren doe ik dat niet. Het rennerke palmt mij zodanig in dat ik mijn handen zelfs niet voel verkleumen.
Mijn gedachten fietsen nu in sneltempo achteruit om aan te belanden bij mijn kindertijd in ons huis in de Marialei. Ik zit aan de eettafel en mama spreidt het blokjestafelkleed uit. Ik open mijn doos met rennerkes. Zorgvuldig plak ik een nummer op de rug van elke deelnemer en nauwgezet noteer ik namen en nummers in mijn koersschriftje. En dan klinkt het startschot. Ik gooi met de twee dobbelstenen en zet rennerke na rennerke vooruit op het tafelkleed. In stilte geef ik commentaar en co-commentaar bij de wedstijd. Ik zit volledig in mijn eigen koerswereld.
Drie tussensprinten, twee bergprijzen en één massale valpartij later (mijn kleine broer vond het nodig aan het tafelkleed te trekken …) is het tijd om de prijzen uit te delen aan de meet. En dat alleen maar omdat mama mijn parcours nodig heeft om de avondmaaltijd op te serveren. Ach ja, dan organiseer ik na het eten wel een nieuwe rit.
Ik ontwaak uit mijn dagdroom omdat mijn achterwerk het, ondanks dat zemen vel in mijn broek, nu verdomd koud krijgt op die boomstronk. Ik steek het rennerke in het sleutelvakje vooraan in mijn koersbroek en spring gezwind op mijn fiets. Nu ben ik zelf een rennerke. Ik gooi mijn innerlijke dobbelstenen naar tweemaal zes ogen en ga als een bezetene tekeer. Ik vlieg elk heuveltje op om punten voor de bergprijs binnen te halen, ik haal vol risico andere fietsers in om toch maar die ingebeelde tussensprinten te winnen. In de laatste kilometer krijg ik mijn kompanen waar ik die ochtend mee gestart ben in het oog. Ik haal ze in en met een splijtende demarrage laat ik ze achter. Helemaal warm vanbinnen bereik ik alleen de aankomst.
“Wat had jij ineens?” vraagt een vriend terwijl ik al aan het aanschuiven ben aan de afspuitstand. “Tja, een goeie dag zeker?” antwoord ik. Onopvallend tast ik naar het rennerke in mijn broek. Een hele goeie dag!



zondag 6 februari 2011

30, Schoten, You're A Big Girl Now (2004)

Dit is voor Imke, het eerste kindje van mijn zus en schoonbroer. Imke werd vijf jaar geleden een engeltje in de hemel. Ik brand een kaars voor jou. X

Our conversation was short and sweet
It nearly swept me off-a my feet
And I'm back in the rain oh oh
And you're on dry land
You made it there somehow
You're a big girl now.

Bird on the horizon sitting on the fence
He's singing his song for me at his own expense
And I'm just like that bird oh oh
Singing just for you
I hope that you can hear
Hear me singing through these tears.

Time is a jet plane it moves so fast
Oh but what a shame if all we've shared can't last
I can change I swear oh oh
See what you can do
I can make it through
You can make it too.

Love is so simple to quote a phrase
You've known it all the time I'm learning it these days
Oh I know where I can find you oh oh
In somebody's room
It's a price I had to pay
You're a big girl all the way.

A change in the weather is known to be extreme
But what's the sense of changing horses in midstream ?
I'm going out of my mind oh oh
With a pain that stops and starts
Like a corkscrew to my heart
Ever since we've been apart.

Imke's verhaal lees je hier.

zaterdag 5 februari 2011

34, Antwerpen, Your Shopping Lists Are Poetry (2006)

Vanmorgen is mijn zak gescheurd. Terwijl ik aan het fietsen was. Pijnlijk hoor.

Daar lagen al mijn inkopen op de asfalt van de Rotterdamstraat. Ik heb ondertussen bedacht wat de oorzaak is. De zak was zeker niet te vol, het lag ook niet aan mijn rijstijl of aan de tramsporen want daar wip ik tegenwoordig vlot over, Sven Nijs-style. Nee, ik was met een zak van de gb gaan shoppen in de Criée/Spar. En dat doe je niet ongestraft. Ik vond al dat de prei mij met een afkeurende blik aankeek. En het potje rozemarijnkruiden waagde zelfs een ontsnappingspoging na de valpartij door naar de andere kant van de straat te rollen.

En natuurlijk, oh cliché, had ik eieren gekocht. Ik leg ze altijd boven op de andere boodschappen in de hoop dat, als er iets gebeurt, de val wordt gebroken door de yoghurt, het pakje linguini of de groene kool. Maar helaas pecorinokaas, de eieren braken. Alle zes. Net geprobeerd, je kan geen omelet maken zonder eieren. Echt waar, dat gaat niet.

Nu nog een sterretje in mijn voorhuid ... euh voorruit natuurlijk en het is helemaal compleet.